In het noordwesten van Spanje, in de provincie Ourense, ligt een oude Romeinse weg die Braga (Portugal) verbindt met Astorga (in León). Deze route, aangelegd door Vespasianus en zijn zoon Titus tussen 79 en 80, loopt door een deel van de D.O. Valdeorras. Hier vind je volop wijngaarden met mencía, garnacha en mouratón. Met deze drie soorten produceert Viñedos Somoza Viña Somoza Vía XVIII, een rode wijn waarmee ze een eerbetoon brengen aan deze eeuwenoude reis.
De grote verscheidenheid aan bodems is hét onderscheidende kenmerk van Viña Somoza Vía XVIII, waar kleigronden, zandgronden, alluviale bodems, zwarte leisteen en rode leisteen worden gemengd. Op dit terrein, waar rivieren en valleien een onbetwistbare rol spelen, vind je steile hellingen in overvloed, die een ingewikkelde orografie vormen waarbinnen de wijnstokken gedwongen zijn te groeien tussen 400 en 550 meter boven de zeespiegel. Op deze locatie - beschouwd als droogste in Galicië - zijn de temperaturen en de vochtigheid meestal gematigd, waardoor een zeer specifiek microklimaat ontstaat dat een correcte rijping van de druiven garandeert.
In deze omstandigheden met de invloed van hellingen en hoogtes, wordt de oogst een avontuur. Toch gebeurt die handmatig, in kisten van 15 kg, waarbij de beste trossen zorgvuldig worden geselecteerd. De rest van het werk gebeurt snel, op dezelfde dag, om ervoor te zorgen dat Viña Somoza Vía XVIII in de beste omstandigheden wordt geproduceerd. Een deel van de geoogste druiven wordt ontsteeld, terwijl het andere deel met hele trossen wordt verwerkt en spontaan fermenteert in Franse eikenhouten vaten. Viña Somoza Vía XVIII rust tot slot 11 maanden op de wijnmoer, zonder roeren of batonnage, zodat deze rode wijn al het karakter van deze historische wijngaarden krijgt.