Als men aan Toscane denkt, komen er beelden op van perfecte heuvels, eindeloze wijngaarden, stenen dorpjes en een steeds toenemend toerisme. Maar er is een minder bekende, minder drukke, even mooie Toscane. Een Toscane van stille landschappen waar het plattelandsleven nog steeds het tempo bepaalt.
In dat minder bekende Toscane — prachtig, maar bescheiden — bevindt zich Sàgona, op de hellingen van het Pratomagno-massief, op 500 meter hoogte. Het project begon in maart 2012 met een duidelijk doel: cultiveren, behouden en vertellen. Alles wordt biologisch gedaan, op kleine percelen waar wijngaarden, olijfbomen, fruitbomen en droogtegewassen samenleven. De wijngaarden hebben een gemiddelde leeftijd van 40 jaar en beslaan niet meer dan een hectare. Wijn en olie zijn de hoofdrolspelers. En om te beginnen met begrijpen wat Sàgona is, is er niets beter dan de wijn genaamd Primi Passi, de eerste stappen.
Gemaakt van malvasia en trebbiano druiven, komt Sàgona Primi Passi voort uit drie wijngaarden gelegen op meer dan 300 meter boven zeeniveau, met een zuidwestelijke oriëntatie en leem- en kleigronden. De oogst gebeurt met de hand en de druiven worden zachtjes geperst in een handmatige verticale pers. De fermentatie vindt spontaan plaats in cementtanks, waar de wijn ook een rijping van 5 maanden ondergaat, waarbij de frisheid en variëteitsuitdrukking behouden blijven.
Sàgona Primi Passi is de wijn waarmee de reis begint. De eerste stap om een project, een land en een manier van wijnmaken te begrijpen die inzet op eenvoud, precisie en authenticiteit.